Achter de horizon

Miel Boeijkens


Miel zijn verhaal

Onlangs werd ik door mijn zus (Tilly van Assche-Boeijkens) attent gemaakt op het bestaan van de site www.hengstdijk.eu. Nieuwsgierig ben ik snel gaan kijken naar de site en ik heb daarna de samenstellers van de site www.hengstdijk.eu een compliment gegeven over de manier waarop ze burgers van Hengstdijk betrekken in het totaal. Achtereenvolgens kreeg ik van één van de samenstellers van de site (Ko Leenknegt) het verzoek om ook een bijdrage te leveren. Aan dat verzoek wil ik graag voldoen.

Ik ben geboren op 22 december 1944 in Hengstdijk op een klein boerderijtje gelegen aan de Mechelman, zoon van Jan Boeijkens en Maria de Waal. Mijn peetoom was Miel Boeijkens en zoals destijds zo vaak gebeurde werd ik ook naar hem genoemd (Miel dus). Zeeuws-Vlaanderen was in die tijd (eind 1944) al bevrijd, maar er vonden nog wel beschietingen plaats op London, vanuit het westen van Noord-Brabant. Van mijn allereerste jeugd herinner ik me niet meer zo veel. Toen ik zindelijk was (of misschien ook nog niet) mocht in naar de kleuterschool (die ook wel bewaarschool werd genoemd). De kleuterschool/bewaarschool werd geleid door Zuster Koska, die dagelijks op haar fiets van Groenendijk kwam. De kleuterschool stond tegenover het postkantoor en de Dreef, vlakbij de pastorie. In de Dreef stond ook de boerderij van oma en opa Boeijkens (nu omgevormd tot kampeerboerderij).

Op zesjarige leeftijd mocht ik naar de lagere school. Het schooljaar begon in april (waarom dat was kan ik me niet meer herinneren). De meeste klassen hadden een groepsgrootte van ongeveer 8 tot 10 kinderen. Omdat er ook nog een zevende en een achtste klas bestond herbergde de totale lagere school ongeveer 60 tot 80 leerlingen. Ik herinner me nog een schoolfoto (die waarschijnlijk gemaakt is in 1951) waarop de leerlingen van mijn klas, ook ik dus, helemaal onderaan zitten (waarschijnlijk waren we de jongste leerlingen van de school). Ik zat in klas 1 bij juffrouw Kakebeeke. Verder was er op de school nog meester Magnus en meester Fassaert. Snel na 1951 ging meester Fassaert weg en werd als hoofdonderwijzer meester Schelfhout benoemd. Ook meester Magnus vertrok en daarvoor in de plaats werd juffrouw de Waal benoemd.

Ik herinner me dat ik twee jaar van mijn lagere school-bestaan heb doorgebracht bij juffrouw Kakebeeke, twee jaar bij juffrouw de Waal en dat ik ruim twee jaar bij meester Schelfhout heb gezeten. Van april tot juli 1957 zat ik ook nog in de zevende klas. Wat ik van dat laatste half jaar kan herinneren is dat er een ballonnenwedstrijd was georganiseerd in het dorp (waarom, dat weet ik niet meer) en dat we van de terugkerende kaartjes, met behulp van de atlas, de afgelegde afstand moesten bepalen. In de zevende klas kreeg ik ook bijles omdat ik het voortgezet onderwijs in Terneuzen ging volgen (de RK. MULO, 1e Verbindingsweg in Terneuzen). Samen met Frank de Rijk (zoon van Dolf de Rijk en Louise de Bruin) ben ik toen vier jaar naar Terneuzen gefietst,een afstand van ongeveer 20 kilometer heen en 20 kilometer terug. We vertrokken elke dag ongeveer om half acht en waren om ongeveer vijf uur terug van school. We hadden verschillende fietsroutes naar Terneuzen: via de Oude Stoof naar Kampen en van daaruit via de Westerschelde naar Terneuzen, via Rapenburg, Zaamslag naar Terneuzen, of via de Kopwijkseweg, de Poonhaven naar Zaamslagveer en van daaruit naar Terneuzen). De laatste twee jaar fietsten we via de Kopwijkseweg omdat ook Joke de Winter (een dochter van fam. de Winter, wonend op de Poonhoeve) dezelfde school in Terneuzen bezocht.

Na het afronden van de MULO ben ik naar het internaat van de kweekschool in Dongen gegaan, om daar het beroep van leraar onder de knie te krijgen. Ik was daar niet de enige bewoner van Hengstdijk. In de periode 1961 tot 1966 zaten daar van Hengstdijk: Jo Kerckhaert, Theo Kerkckhaert, Karel Kerckhaert en ik herinner me ook nog Karel Hamelinck (zoon van Ko Hamelinck en oud-inwoner van Hengstdijk). In 1966, op 15 september, behaalde ik het diploma volledig bevoegd onderwijzer. Ik ben de dag daaropvolgend les gaan geven op de van H. van Tulder-MAVO in Tilburg tot het moment dat ik in militaire dienst moest (15 november 1966). In maart 1967 ben ik, wegens rugklachten, afgekeurd voor militaire dienst. Ik ben toen snel gaan solliciteren in Zeeuws-Vlaanderen en kreeg in mei 1967 een baan aangeboden in Westdorpe. Ik volgde daar Leon Kerckhaert op, die benoemd was op de huishoudschool in Hulst. Omdat Leon Kerckhaert betrokken raakte bij een auto-ongeluk begon ik daar niet op 1 augustus 1967, maar al op 5 juni 1967. Mijn eerste klas in Westdorpe herinner ik me nog als de dag van gisteren. Intelligente lieve kinderen,weinig leer- en gedragsproblemen, een ideale situatie dus om het beroep van leraar onder de knie te krijgen.

In Westdorpe heb ik tot 1969 met veel plezier gewerkt. In september 1969 ben ik in Goirle gaan wonen. Daar werd ik benoemd als leraar aan een school voor speciaal onderwijs, verbonden aan het Medisch Kindertehuis St. Godelieve. Eveneens in 1969 trouwde ik met Irma van Waterschoot, afkomstig uit Tilburg. Leerlingen op de school van Godelieve werden op medische indicatie geplaatst in het medisch kindertehuis en omdat ze leerplichtig waren bezochten ze de school die verbonden was aan dat tehuis. De groepsgrootte was 12 leerlingen. Op het eerste gezicht een makkie dus. Maar het tegenovergestelde was waar. De medische indicatie ging vaak gepaard met een complexe leer- en gedragsproblematiek. Omdat ik daar nog weinig verstand van had besloot ik de vijfjarige MO-opleiding Pedagogiek (in deeltijd) te gaan volgen. Een jaar later heb ik me eveneens ingeschreven voor de opleiding Speciaal Onderwijs. Dit om mijn leerlingen, die stuk voor stuk een moeilijk gedrag vertoonden, nog beter te begrijpen. In 1973 werd ik directeur van de school verbonden aan het Medisch Kindertehuis St. Godelieve. De school telde toen ongeveer 100 leerlingen en was prachtig gelegen in de bossen bij Goirle. Toen ik mijn opleiding Pedagogiek MO-B in 1975 afrondde wilde ik dolgraag gaan werken bij een lerarenopleiding. Dat vond plaats in 1977, toen ik werd benoemd bij de lerarenopleiding van de Katholieke Leergangen in Tilburg. In 1984 werd ik, eveneens bij de Katholieke leergangen, vakgroepleider van het nieuwe vak Gezondheidskunde. Inmiddels had ik, samen met een collega, in deeltijd de doctoraalopleiding Onderwijskunde in Utrecht afgerond. In de periode 1998 tot 1992 werd ik coördinator van de nascholing van de totale faculteit Educatieve Opleidingen. De nascholing was bedoeld om de professionele ontwikkeling van leraren (zowel basisonderwijs als speciaal onderwijs als voortgezet onderwijs) te stimuleren.

In 1992 werd ik directeur van de Opleidingen Speciaal Onderwijs, een onderdeel van de Katholieke Leergangen (nu één van de instituten binnen de Fontys-hogeschool). De opleidingen speciaal onderwijs bieden aan onderwijsgevenden de mogelijkheid om zich verder te specialiseren in de richting van leer- en gedragsproblemen, autisme, (zeer) moeilijk opvoedbare leerlingen, leerlingen met auditief-communicatieve beperkingen, zeer moeilijk lerende leerlingen ed. Van een relatief klein instituut in 1992 (450 studenten) groeide het instituut in vijftien jaar uit tot een instituut met een omvang van ongeveer 4600 studenten. Studenten/onderwijsgevenden volgen gedurende een periode van twee jaar een deeltijdopleiding die hen in staat stellen om een adekwaat antwoord te geven aan leerlingen met leer- en gedragsproblemen, leerlingen met autisme ed.

In juni 2007, na ruim veertig jaar gewerkt te hebben in het onderwijs, heb ik afscheid genomen van het opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en van mijn arbeidszame leven. Op dit moment geniet ik volop van de FPU-regeling (een regeling voor flexibele pensioenering en uitdienst-treding). We wonen nog steeds in Goirle. We hebben drie kinderen in de leeftijd van 35 jaar, 33 jaar en 31 jaar. Alle drie onze kinderen wonen in Tilburg. Vorig jaar heb ik, ter gelegenheid van mijn naderende afscheid, samen met ongeveer 35 collega’s, een bezoek gebracht aan Hengstdijk om ook aan hen de “schoonheden van mijn geboorteplaats Hengstdijk” te laten zien. Zij waren onder de indruk van de vele mooie plaatjes in het dorp.

Wat weet ik nog van Hengstdijk uit de periode: 1950 – 1960 ?
  • We moesten elke dag, zes jaar lang (nuchter) naar de kerk. De Mis begon om half acht. De pastoor heette Bongenaer. Die kwam elke woensdag naar de school om in de hoogste klassen de katechismus te overhoren. Ook moesten we af en toe in de tuin van de pastoor het onkruid gaan wieden. Op zondag en andere feestdagen werd het geld voor de zitplaatsen opgehaald door Piet Geensen, die in het kleine huisje naast Lies van Buiten woonde.
  • Het dorp telde toen nog drie winkels (Collet, oma de Waal en Lies van Buiten).
  • Of er nog een slagerswinkel was kan ik me niet herinneren, wel dat er jaarlijks geslacht werd op de boerderij (door slager van Heeze)
  • Er waren in het dorp nog drie cafe’s: het café van Collet, van de Waal, van Compiet).
  • ’s Winters kon het behoorlijk koud zijn. De Vogel was regelmatig dichtgevroren, zodat er een magnifieke ijsbaan van enkele kilometers lang ontstond. Ook weet ik nog wel dat er dertig tot veertig centimeter sneeuw in het dorp lag.
  • Ik herinner me nog de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 en de paniek die er toen was in het dorp. Zullen de dijken van de nabijgelegen polders het houden of zal het water ook Hengstdijk bereiken ?
  • Ik kan we nog wel enkele namen van mijn klasgenoten herinneren: Leon van Stevendaal, Wim de Bakker, de tweeling Baart, Frank de Rijk, Tilly van de Bulck. Mogelijk ben ik nog enkele namen vergeten.
  • Dat mijn oma (Mit de Waal) een centrale functie had in het dorp: een winkeltje en een café recht tegenover de kerk, en dat we daar altijd terecht konden (als we naar de kerk moesten gingen we langs het poortje naar binnen en langs de voordeur in de richting van de kerk naar buiten).
  • Dat er in het dorp jaarlijks kermis werd gevierd op de laatste zondag van augustus.
  • Dat er op zondag nog twee missen werden gelezen (een vroegmis en een hoogmis) en dat er ’s middags om 14.00 uur) nog een Lof was.

In beperk me hier tot 10 gedachtenstreepjes, ik zou nog veel meer dingen die ik heb meegemaakt, personen die ik toen heb leren kennen ed. kunnen noemen. Mogelijk kunnen de wat oudere inwoners van Hengstdijk (ik bedoel dan de 65-plussers) behoorlijk wat aanvullingen plaatsen en me mogelijk in contact brengen met personen die in het bovenstaande stukje zijn genoemd, bijv. door het toezenden van email-adressen ed. Ik ben bereikbaar op het volgende email-adres: e.boeijkens@fontys.nl

Miel Boeijkens, december 2008